Jongeren roken steeds minder. De gegevens over de afgelopen tien jaar laten in 2007 een daling zien van 50 procent in 1997 naar 42 procent jongeren die wel eens hebben gerookt. Zowel jongens als meisjes gaan minder roken. Het percentage rokende jongeren neemt met de leeftijd toe, het sterkst tussen 12 en 14 jaar. Per leeftijdsgroep echter, daalt het aantal rokers. In 1997 rookte nog 43 procent van de 15-16 jarigen in de afgelopen vier weken, in 2007 31 procent. Het percentage 15-19 jarigen dat nooit heeft gerookt is gestegen van 33 procent in 1997 naar 38 procent in 2007. Ook zien we dat jongere kinderen (10-12 jaar) steeds minder experimenteren: in 1997 rookte 23 procent wel eens, in 2007 12 procent. Deze cijfers komen voort uit het jaarlijks onderzoek van STIVORO waarin rookgedrag bij jongeren wordt onderzocht. TNS NIPO voerde dit onderzoek uit door middel van interviews bij 4487 jongeren van 10-19 jaar.
Toch is er volgens STIVORO nog veel winst te behalen. Zorgwekkend is dat vmbo- en praktijkschoolleerlingen bijna twee keer zoveel dagelijks roken als vwo-leerlingen. Op jonge leeftijd wordt het fundament gelegd voor de verschillen in rookgedrag tussen arm en rijk. Op latere leeftijd roken mensen met alleen lager onderwijs ruim 1,5 keer vaker dan mensen met een hbo- of universitaire opleiding. Roken is bij de lagere sociale klassen nog steeds de norm en daarmee een belangrijke oorzaak voor sociaal-economische gezondheidsverschillen.
De aanstaande invoering van rookvrije horeca biedt een goede kans om roken bij met name deze groepen verder terug te dringen. Op dit moment wordt in discotheken en sportaccommodaties - plaatsen waar vooral jongeren komen - roken nog in verband gebracht met gezelligheid en vrije tijd. STIVORO pleit ervoor het effect van de rookvrije horeca te versterken met landelijke en regionale 'stoppen met roken'-campagnes rond 1 juli 2008, speciaal gericht op lager opgeleiden en omgevingen waar roken nog de norm is. Dit sluit aan bij het streven van dit kabinet een gezonde leefstijl bij de jeugd te bevorderen.
Voorkomen van roken bij de jeugd beneden de achttien jaar is belangrijk, omdat de kans op tabaksverslaving bij jongeren groter is. Negen op de tien verslaafde volwassen rokers zijn begonnen met roken rond hun vijftiende. Wettelijke maatregelen, voorlichting gericht op de jeugd en het algemene tabaksontmoedigingsbeleid blijken effectief om roken bij jeugd terug te dringen. We zien bijvoorbeeld dat het aantal dagelijkse rokers onder de groep 15-jarigen, na invoering van de leeftijdsgrens van zestien jaar (1 januari 2003), drastisch is gedaald: van 29 procent in 2002 naar 15 procent in 2005 (nu 18%). Jongeren die deelnemen aan klassikale niet-roken wedstrijden ('Actie Tegengif'), beginnen minder snel met roken. Massamediale campagnes als 'maar ik rook niet' en 'Nou weten we het wel' hebben het beeld van de niet-roker ingrijpend veranderd. Niet-roken is stoerder geworden. Op deze manier wordt het effect van wettelijke maatregelen versterkt door simultane voorlichtingsactiviteiten.
(Bron: TNS NIPO)